

Het eerste dat je denkt als je
Paleis Het Loo inloopt is niet: "Wow wat een grandeur! Wat leefden die
Willem III en
Mary Stuart II rijk!" (vroeger nummerden ze vorsten, zoals we dat nog steeds met vee doen).
In tegendeel, het doet allemaal luxe maar uiterst kneuterig aan, op sommige punten kitscherig. Elke inwoner z'n eigen kleine huiskamertje, kabinet en slaapkamer. Een enkele grotere zaal voor speciale gelegenheden.
En zo bleef dat tot 1962 toen
Wilhelmina, de laatste koninklijke bewoonster van het hoofdgebouw, overleed. In 1970 viel het besluit om d'r dan maar een museum van te maken. Onder het motto 'voor de burger op kosten van de burger', liet de overheid paleis en baroktuin restaureren.
First impression entering
Palace Het Loo isn't: "Such grandeur!
William III and
Mary II of England really lived rich!" (they used to number their monarchs in the past, like we still do with cattle). On the contrary, though luxurious the palace breathes '
petite-bourgeouis' even kitsch in some places. Every inhabitant his/her own small living-room, cabinet and bedroom. A few larger rooms for special occasions.
And so it remained until 1962 when the last royal inhabitant
Wilhelmina, passed away. In 1970 the Dutch governement decided to transform the palace into a museum. By the motto 'for the citizens, payed for by the citizens', they renovated both palace and baroque gardens.